In principe kunt u autokosten van de opbrengsten van uw onderneming aftrekken. Maar als u de auto van uw onderneming ook privé gebruikt, hebt u daar zelf voordeel van , het privé-voordeel. Dit privé-voordeel moet u met de autokosten van uw onderneming verrekenen. Daarom trekt u eerst uw privé-voordeel van de autokosten af. Wat overblijft, trekt u van de opbrengsten af. Een andere verwerking is ook mogelijk en komt per saldo op hetzelfde neer. U brengt alle autokosten ten laste van uw onderneming en telt de waarde van het privé-voordeel bij uw inkomen.
Voorbeeld:
U rijdt in een auto van uw onderneming met een cataloguswaarde van Afl. 30.000,-. Per jaar rijdt u 5.000 kilometer voor uw onderneming en 10.000 kilometer voor uzelf. We nemen aan dat de auto na 5 jaar een restwaarde heeft van 20% van de aanschafwaarde, dus Afl. 6.000,-.
| Gegevens van de auto |
kosten |
| Cataloguswaarde Afl. 30.000,- |
|
| Motorrijtuigbelasting |
Afl. 300 |
| Verzekeringspremie |
Afl. 1.600 |
| Afschrijving 20% van (30.000-6.000) |
Afl. 4.800 |
| Gasoline |
Afl. 1.800 |
| Onderhoud en reparatie |
Afl. 1.500 |
| Totale kosten |
Afl. 10.000 |
U verrekent uw privé-voordeel met de autokosten van uw onderneming; wat overblijft mag u van de opbrengsten aftrekken.
| Aftrekbare kosten voor de inkomstenbelasting |
Bedragen |
| Totale autokosten per jaar |
Afl. 10.000 |
| Privé-voordeel: Afl. 30.000 x 15% (huidige regeling) |
Afl. 4.500 |
| Aftrekbare autokosten |
Afl. 5.500 |
Als de Inspecteur sterke aanwijzigingen heeft dat het privé-gebruik van de auto veel hoger is dan het forfait van 15% van de cataloguswaarde, kan hij een hoger percentage voor het privé-gebruik hanteren.